De past simple is de gewone verleden tijd in het Engels. Je gebruikt hem voor iets dat in het verleden is gebeurd en helemaal voorbij is, vaak met een tijdsaanduiding als yesterday, last week of two years ago.
De vorm is voor alle personen hetzelfde: I walked, she walked, they walked.
Noem je een afgesloten moment in het verleden, dan gebruik je de past simple: I lost my keys yesterday. Gaat het om iets met gevolgen nu, zonder precies tijdstip, dan gebruik je de present perfect: I have lost my keys. (ik kan ze nu niet vinden)
Met meer dan 22 jaar aan ervaring, weten we hoe lastig het kan zijn om in je eentje dit onderwerp onder controle te krijgen, laat ons jou helpen door je te koppelen aan een bijlesdocent. Meer dan 50.000 leerlingen gingen je al voor!
Klaar om het zelf te proberen? Hieronder oefen je meteen met dit onderwerp:
Wil je meer oefenen? Ga naar de leeromgeving. Kom je er niet uit? Bij bijles engels leggen onze docenten het rustig met je door. Zie ook: onregelmatige werkwoorden (engels). present perfect.
Bekijk ook deze video-uitleg:
Deze content is gebaseerd op de oefenstof die is gemaakt door studenten die zich in het netwerk bevinden van StudentsPlus. Deze studenten studeren aan de lerarenopleiding of zijn al afgestudeerd docent. Uiteraard is de oefenstof gecheckt door andere studenten en is er ook een check geweest op correct Nederlands.
Wij gaan direct en gratis op zoek naar een vervangende!
Al meer dan tienduizenden leerlingen geholpen in heel Nederland.
Een gratis online platform met duizenden oefenopgaven.