Aanwijzende voornaamwoorden zoals 'this', 'that', 'these' en 'those' helpen ons aan te geven over welk object of welke personen we het hebben, met name hoe dichtbij of ver weg ze zijn.
This en these verwijzen naar iets of iemand die dichtbij de spreker is. This gebruik je voor enkelvoudige objecten of personen, zoals in "This is Martha." These gebruik je voor meervoudige objecten of personen, zoals in "These shoes are not mine."
That en those gebruik je voor iets of iemand die verder weg is van de spreker. That is voor enkelvoud, te zien in de zin "That book over there is mine." Those is voor meervoud, zoals in "Those men on the other side of the street are dangerous!"
Laten we de regels toepassen door de zinnen uit de oefenstof te bekijken:
Door deze regels consequent toe te passen, zul je merken dat het gebruiken van de juiste aanwijzende voornaamwoorden in het Engels snel vertrouwder zal aanvoelen.
Met meer dan 22 jaar aan ervaring, weten we hoe lastig het kan zijn om in je eentje dit onderwerp onder controle te krijgen, laat ons jou helpen door je te koppelen aan een bijlesdocent. Meer dan 50.000 leerlingen gingen je al voor!
Klaar om het zelf te proberen? Hieronder oefen je meteen met dit onderwerp:
Wil je meer oefenen? Ga naar de leeromgeving. Kom je er niet uit? Bij bijles engels leggen onze docenten het rustig met je door. Zie ook: present perfect. past continuous.
Bekijk ook deze video-uitleg:
Deze content is gebaseerd op de oefenstof die is gemaakt door studenten die zich in het netwerk bevinden van StudentsPlus. Deze studenten studeren aan de lerarenopleiding of zijn al afgestudeerd docent. Uiteraard is de oefenstof gecheckt door andere studenten en is er ook een check geweest op correct Nederlands.
Onze bijlesgevers zijn zeer gemotiveerd en zorgvuldig geselecteerd.
Al meer dan tienduizenden leerlingen geholpen in heel Nederland.
Een gratis online platform met duizenden oefenopgaven.