De wet van Ohm zegt dat de spanning over een weerstand gelijk is aan de stroomsterkte keer de weerstand: U = I × R. Ken je twee van de drie, dan reken je de derde uit.
Bij een vaste weerstand geldt: hoe hoger de spanning, hoe groter de stroomsterkte. En bij een vaste spanning geldt: hoe groter de weerstand, hoe kleiner de stroomsterkte. De formule die dit beschrijft is:
U = I × R
Waarbij:
Een apparaat is aangesloten op een spanning van 230 V en een stroomsterkte van 10 A. Wat is de weerstand in dit circuit?
We passen de formule van Ohm toe:
Een lampje met een weerstand van 15 Ω is aangesloten op een batterij van 4,5 V. Wat is de stroomsterkte in dit circuit?
We gebruiken opnieuw de wet van Ohm, maar lossen nu op voor I:
Met meer dan 22 jaar aan ervaring, weten we hoe lastig het kan zijn om in je eentje dit onderwerp onder controle te krijgen, laat ons jou helpen door je te koppelen aan een bijlesdocent. Meer dan 50.000 leerlingen gingen je al voor!
Klaar om het zelf te proberen? Hieronder oefen je meteen met dit onderwerp:
Wil je meer oefenen? Ga naar de leeromgeving. Kom je er niet uit? Bij bijles natuurkunde leggen onze docenten het rustig met je door. Zie ook: elektrische energie berekenen. eenheden en grootheden.
Bekijk ook deze video-uitleg:
Deze content is gebaseerd op de oefenstof die is gemaakt door studenten die zich in het netwerk bevinden van StudentsPlus. Deze studenten studeren aan de lerarenopleiding of zijn al afgestudeerd docent. Uiteraard is de oefenstof gecheckt door andere studenten en is er ook een check geweest op correct Nederlands.
Al meer dan tienduizenden leerlingen geholpen in heel Nederland.
Een gratis online platform met duizenden oefenopgaven.
Wij gaan direct en gratis op zoek naar een vervangende!