Molverhoudingen vertellen ons hoeveel moleculen van elke stof betrokken zijn bij een chemische reactie. Aan de hand van de verbranding van ammoniak tot stikstofmonoxide en water, leggen we uit hoe je deze molverhoudingen kunt gebruiken om te bepalen hoeveel mol van elke stof nodig zijn of ontstaan.
Eerst bekijken we de reactievergelijking:
4 NH3 (g) + 5 O2 (g) -> 4 NO (g) + 6 H2O (g)
Dit betekent dat 4 mol ammoniak reageren met 5 mol zuurstof om 4 mol stikstofmonoxide en 6 mol water te vormen.
Stel, je wilt 0.8 mol NH3 verbranden. De verhouding NH3 tot O2 is 4:5. Dit betekent dat je voor elke 4 mol NH3, 5 mol O2 nodig hebt. Dus voor 0.8 mol NH3 heb je:
(0.8 mol NH3 / 4 mol NH3) * 5 mol O2 = 1.0 mol O2
Nu gebruik je dezelfde hoeveelheid NH3 als in voorbeeld 1. Omdat de reactie 4 mol NO en 6 mol H2O produceert voor elke 4 mol NH3:
NO: (0.8 mol NH3 / 4 mol NH3) * 4 mol NO = 0.8 mol NO
H2O: (0.8 mol NH3 / 4 mol NH3) * 6 mol H2O = 1.2 mol H2O
Met meer dan 22 jaar aan ervaring, weten we hoe lastig het kan zijn om in je eentje dit onderwerp onder controle te krijgen, laat ons jou helpen door je te koppelen aan een bijlesdocent. Meer dan 50.000 leerlingen gingen je al voor!
Klaar om het zelf te proberen? Hieronder oefen je meteen met dit onderwerp:
Wil je meer oefenen? Ga naar de leeromgeving. Kom je er niet uit? Bij bijles scheikunde leggen onze docenten het rustig met je door. Zie ook: reactievergelijkingen kloppend maken. structuurformules.
Bekijk ook de uitleg van docent Menno:
Deze content is gebaseerd op de oefenstof die is gemaakt door studenten die zich in het netwerk bevinden van StudentsPlus. Deze studenten studeren aan de lerarenopleiding of zijn al afgestudeerd docent. Uiteraard is de oefenstof gecheckt door andere studenten en is er ook een check geweest op correct Nederlands.
Onze bijlesgevers zijn zeer gemotiveerd en zorgvuldig geselecteerd.
Al meer dan tienduizenden leerlingen geholpen in heel Nederland.
Een gratis online platform met duizenden oefenopgaven.