De pH van een oplossing vertelt ons hoe zuur of basisch de oplossing is. Deze waarde wordt berekend op een schaal van 0 tot 14, waarbij lage waarden aangeven dat de oplossing zuur is, en hoge waarden dat het basisch is. De pH berekenen van zowel sterke als zwakke zuren en basen geeft inzicht in de chemische samenstelling van de oplossing.
Stel je voor dat je de pH moet berekenen van een 0,1M oplossing van HCl, een sterk zuur. Omdat HCl volledig dissocieert in water, is de concentratie van H+ ionen gelijk aan de molariteit van de oplossing, namelijk 0,1M. De pH bereken je dan als volgt:
De pH van deze oplossing is dus 1,0.
Voor een oplossing van azijnzuur, een zwak zuur, ligt het iets complexer. Stel je hebt 6 gram azijnzuur toegevoegd aan 0,5 liter water. Eerst berekenen we de molariteit van azijnzuur. De molaire massa van azijnzuur (CH_3COOH) is ongeveer 60 g/mol, dus:
De pH van deze oplossing is ongeveer 1,7 (afgerond).
Met meer dan 22 jaar aan ervaring, weten we hoe lastig het kan zijn om in je eentje dit onderwerp onder controle te krijgen, laat ons jou helpen door je te koppelen aan een bijlesdocent. Meer dan 50.000 leerlingen gingen je al voor!
Klaar om het zelf te proberen? Hieronder oefen je meteen met dit onderwerp:
Wil je meer oefenen? Ga naar de leeromgeving. Kom je er niet uit? Bij bijles scheikunde leggen onze docenten het rustig met je door. Zie ook: molverhoudingen. structuurformules.
Bekijk ook de uitleg van docent Menno:
Deze content is gebaseerd op de oefenstof die is gemaakt door studenten die zich in het netwerk bevinden van StudentsPlus. Deze studenten studeren aan de lerarenopleiding of zijn al afgestudeerd docent. Uiteraard is de oefenstof gecheckt door andere studenten en is er ook een check geweest op correct Nederlands.
Al meer dan tienduizenden leerlingen geholpen in heel Nederland.
Onze bijlesgevers zijn zeer gemotiveerd en zorgvuldig geselecteerd.
Wij gaan direct en gratis op zoek naar een vervangende!