Als je een oplossing verdunt, voeg je water toe. De hoeveelheid opgeloste stof blijft gelijk, maar het volume wordt groter, dus de concentratie daalt. Rekenen doe je met de verdunningsfactor, of met c1 × V1 = c2 × V2.
De verdunningsfactor zegt hoeveel keer zo klein de concentratie wordt. Dat is hetzelfde als hoeveel keer zo groot het volume wordt:
verdunningsfactor = cbegin / ceind = Veind / Vbegin
Omdat het aantal mol opgeloste stof niet verandert, geldt ook: c1 × V1 = c2 × V2.
Je hebt 10,0 mL glucose-oplossing van 1,00 M. Je wilt een oplossing van 0,250 M. Tot welk volume moet je aanvullen?
Je wilt 100,0 mL natronloog van 0,0500 M maken uit een voorraad van 1,00 M. Hoeveel mL van de voorraad pipetteer je in de maatkolf?
Met meer dan 22 jaar aan ervaring, weten we hoe lastig het kan zijn om in je eentje dit onderwerp onder controle te krijgen, laat ons jou helpen door je te koppelen aan een bijlesdocent. Meer dan 50.000 leerlingen gingen je al voor!
Klaar om het zelf te proberen? Hieronder oefen je meteen met dit onderwerp:
Wil je meer oefenen? Ga naar de leeromgeving. Kom je er niet uit? Bij bijles scheikunde leggen onze docenten het rustig met je door. Zie ook: concentratie berekenen. ph berekenen.
Bekijk ook deze video-uitleg:
Deze content is gebaseerd op de oefenstof die is gemaakt door studenten die zich in het netwerk bevinden van StudentsPlus. Deze studenten studeren aan de lerarenopleiding of zijn al afgestudeerd docent. Uiteraard is de oefenstof gecheckt door andere studenten en is er ook een check geweest op correct Nederlands.
Onze bijlesgevers zijn zeer gemotiveerd en zorgvuldig geselecteerd.
Een gratis online platform met duizenden oefenopgaven.
Wij gaan direct en gratis op zoek naar een vervangende!