De korte ei en de lange ij klinken precies hetzelfde. Je kunt dus niet horen welke je moet schrijven; je leert het aan het woord zelf en aan een paar handige regels.
Regel 1: hetzelfde woord houdt dezelfde klank. Maak je van een woord een verkleinwoord, een meervoud of een werkwoord, dan blijft de ei of ij staan. Van 'rij' komt 'rijtje' en 'rijden'. Van 'ei' komt 'eitje' en 'eieren'. Twijfel je bij een lang woord, zoek dan het grondwoord op.
Regel 2: woorden op -lijk en -lijks schrijf je altijd met ij. Denk aan 'vriendelijk', 'dagelijks' en 'eigenlijk'. Je hoort daar geen ij, maar hij staat er wel.
Regel 3: leer de lastige tweelingen uit je hoofd. Sommige woorden bestaan in twee versies met een heel andere betekenis:
Voorbeeld 1: "Hij zei dat zij gisteren kwam." Het eerste woord komt van 'zeggen' en krijgt ei, het tweede is een persoon en krijgt ij.
Voorbeeld 2: "Ik ga rijden op mijn nieuwe fiets." Het grondwoord is 'rij', dus 'rijden' krijgt een ij.
Met meer dan 22 jaar aan ervaring, weten we hoe lastig het kan zijn om in je eentje dit onderwerp onder controle te krijgen, laat ons jou helpen door je te koppelen aan een bijlesdocent. Meer dan 50.000 leerlingen gingen je al voor!
Klaar om het zelf te proberen? Hieronder oefen je meteen met dit onderwerp:
Wil je meer oefenen? Ga naar de leeromgeving. Kom je er niet uit? Bij bijles taal leggen onze docenten het rustig met je door. Zie ook: woordbetekenis uit de context. voorzetsels.
Bekijk ook deze video-uitleg:
Deze content is gebaseerd op de oefenstof die is gemaakt door studenten die zich in het netwerk bevinden van StudentsPlus. Deze studenten studeren aan de lerarenopleiding of zijn al afgestudeerd docent. Uiteraard is de oefenstof gecheckt door andere studenten en is er ook een check geweest op correct Nederlands.
Al meer dan tienduizenden leerlingen geholpen in heel Nederland.
Onze bijlesgevers zijn zeer gemotiveerd en zorgvuldig geselecteerd.
Een gratis online platform met duizenden oefenopgaven.